United Nations Advance Mission in Cambodia
United Nations Transitional Authority in Cambodia
Cambodian Mine Action Centre
United Nations Development Program


Nederlandse betrokkenheid: 1992-2000
Krijgsmachtdeel: landmacht, marine, luchtmacht, marechaussee
Totaal aantal betrokken Nederlandse militairen: 2650

Achtergrond
De Franse kolonie Cambodja werd in 1954 onafhankelijk. Norodom Sihanouk, een Cambodjaans vorst, gaf na de onafhankelijkheid het koningschap op om president te kunnen worden. Zijn positie werd echter ernstig bedreigd door linkse en rechtse groeperingen. De kern van het verzet werd gevormd door de Rode Khmer, een communistische organisatie die hulp kreeg uit Noord-Vietnam. In 1975 trok de Rode Khmer hoofdstad Phnom Penh binnen. Onder Rode Khmer leider Pol Pot voltrok zich in het land een drama dat waarschijnlijk aan meer dan een miljoen Cambodjanen het leven kostte.

De Rode Khmer werd in 1979 uit de hoofdstad Phnom Penh verdreven door Vietnamese troepen die het Cambodjaanse verzet onder leiding van prins Sihanouk steunden. Een guerrillastrijd van tien jaar ontstond. De VN, IndonesiŽ en Frankrijk bemiddelden en in 1991 werd een bestand overeengekomen. Omdat schendingen van het bestand aan de orde van de dag waren verzocht Prins Sihanouk de VN om waarnemers te sturen. De Veiligheidsraad besloot op basis van Resolutie 717 de United Nations Advance Mission in Cambodia (UNAMIC) op te richten (16 oktober 1991). Op 30 oktober 1991 kwamen de zogenoemde Parijse Akkoorden tot stand. Ter ondersteuning van deze akkoorden werd op 28 februari 1992 de United Nations Transitional Authority in Cambodia (UNTAC) in het leven geroepen die een werkingsduur zou hebben van achttien maanden. UNAMIC zou worden opgeheven als UNTAC operationeel werd. Een van de eerste taken was het ruimen van de ontelbare landmijnen. Vanaf maart 1992 kwam UNTAC in werking. Terugkeer van vluchtelingen en het vertrek van niet tot de VN behorende troepen, was de eerste opdracht. De tweede fase betrof (vanaf 13 juni 1992) het kantonneren, ontwapenen en demobiliseren van Cambodjaanse militairen. De laatste fase begon in oktober 1992 en was gericht op de organisatie van de verkiezingen in mei 1993.

Nederlandse deelname
Om het mijnenprobleem te helpen oplossen werden op 31 januari 1992 27 Nederlandse militairen toegezegd aan UNAMIC. Het Pionierspeleton van het Korps Mariniers, de Explosieven Opruimingsdienst van de Koninklijke Landmacht, de Afdeling Explosieven Opruiming van de Koninklijke Luchtmacht en de Duik- en Demonteergroep van de Koninklijke Marine leverden manschappen voor opleidingsteams en supervisors. Het takenpakket werd juli 1992 uitgebreid met de bevoegdheid om ook zelf mijnen te ruimen.

Voor de UNTAC-missie werd door de Nederlandse ministerraad op 12 maart 1992 toegestemd in deelname. De bijdrage bestond uit een bataljon mariniers, drie F27 Troopship transportvliegtuigen en drie Alouette helikopters. De mariniers waren uitgerust met de BV206, een van oorsprong sneeuwrupsvoertuig dat echter in de Cambodjaanse modder ook prima voldeed. Later werd de Wolf II in bruikleen ontvangen. Een gepantserd wielvoertuig voor het patrouilleren in gebieden met veel landmijnen. De transportvliegtuigen werden medio november 1992 teruggehaald maar het aantal helikopters werd met ťťn uitgebreid. De totale sterkte van de Nederlandse bijdrage aan UNTAC bedroeg in september 1992: 870 militairen van wie 751 mariniers. Het mariniersbataljon, bekend geworden onder de naam Cambo-1, werd december 1992 afgelost door Cambo-2. Het hoofdkwartier was gevestigd in Sisophon maar in Phum Nimit werd een veldhospitaal ingericht dat vooral ook goede diensten bewees aan de burgerbevolking. De marinierscompagnieŽn waren verdeeld over een groot aantal locaties waar het regelmatig onrustig was en waar men van tijd tot tijd onder vuur werd genomen. Tijdens de verkiezingen die van 23 tot 28 mei 1993 werden gehouden, zorgden de mariniers voor de beveiliging van de stembureaus. Op 10 juni 1993 nam Cambo-3 de taken van Cambo-2 over. Cambo-3 beŽindigde op 5 oktober 1993 haar operationele taken. De operatie in Cambodja had twee Nederlandse dodelijke slachtoffers en een aantal (zwaar) gewonden gekost. In totaal hebben ruim 2616 Nederlandse militairen deelgenomen aan de acties.

Cambodian Mine Action Centre
Toen op 10 juni 1992 het Cambodian Mine Action Centre (CMAC) in het leven werd geroepen, lag er de schier onuitvoerbare taak voor de Cambodjanen om zo veel mogelijk mijnen te ruimen. De VN hadden de deelnemende landen daarom verzocht zoveel mogelijk instructeurs te zenden, om Cambodjaanse teams op te leiden. Nederland zegde drie man toe op een totaal van 28 (per april 1994) uit de verschillende landen. Per december 1995 reduceerde ons land de bijdrage tot ťťn man omdat het totaal aantal CMAC-medewerkers langzamerhand werd teruggebracht tot tien. In de loop der jaren is dat aantal echter weer toegenomen. In februari 1999 kende CMAC een omvang van 2900 personen waarvan 2600 Cambodjanen. In totaal hebben van juli 1993 tot december 1999 zoīn 25 Nederlandse militairen deelgenomen aan CMAC. Met ingang van 1 oktober 2000 heeft Defensie de bijdrage aan CMAC gestaakt.
 

Bron: Ministerie van Defensie