United Nations Angola Verification Mission
Central Mine Action and Training School
United Nations Office for Project Services


Nederlandse betrokkenheid: 1991-1997 (UNAVEM), 1995-1999 (UNOPS), 1995-1999 (CMATS)
Krijgsmachtdeel: Landmacht, marine en marechaussee
Aantal betrokken militairen: 233 (UNAVEM), 2 (UNOPS) en 32 (CMATS)

Achtergrond
Angola was sinds het eind van de 15e eeuw Portugees bezit. Na de Anjerrevolutie in 1975 wilden de Angolese bevrijdingsbewegingen (MPLA, UNITA en FNLA) zo snel mogelijk de macht met geweld overnemen. Portugal gaf november 1975 de macht over aan de door Cuba gesteunde MPLA, de partij die de hoofdstad Luanda had bezet. In het zuiden bleef de UNITA zich echter (met Zuid Afrikaanse hulp) verzetten. Het Akkoord van Brazzaville (1988) over de terugtrekking van Z-Afrikaanse en Cubaanse troepen moest daar een eind aan maken. UNAVEM-I zag toe op de terugtrekking van de Cubanen uit Angola. De burgeroorlog bleef echter voortduren. Na een VN-mandaat (toezicht op wapenstilstand, kantonnering, ontwapening) werd de vervolgmissie UNAVEM-II gevormd.

Nederlandse deelname
Sinds de zomer van 1991 namen 25 Nederlandse militairen (10 Kl, 5 KM en 10 KMar) als waarnemer deel aan de missie UNAVEM II. De militaire- en politiewaarnemers moesten toezien op een goed verloop van de verkiezingen maar de veiligheidssituatie verslechterde. Het Nederlandse contingent werd ingekrompen tot 2 landmacht militairen en 2 marechaussees. UNITA en MPLA toonden zich eind 1993 weer bereid tot onderhandelingen. Dit leidde tot het Protocol van Lusaka. Er werd ingestemd met een omvangrijkere VN-operatie: ANAVEM-III met zoŽn 7.000 infanteristen. Ook het aantal waarnemers steeg weer tot 418 in maart 1995; het Nederlandse aandeel schommelde rond de 35, inclusief 8-10 marechaussees. Het mandaat van UNAVEM-III liep tot tot juni 1997. De Veiligheidsraad riep de United Nations Observer Mission (UNOMA) in het leven maar Nederland besloot hieraan niet deel te nemen.

De UNITA en de MPLA hadden zich in het Protocol van Lusaka verantwoordelijk gesteld voor het ruimen van de ontelbare mijnen. De VN ondersteunde dit initiatief. Daartoe werd eind 1994 het Central Mine Action Office (CMAO) opgericht opgericht en een Central Mine Action and Training School (CMATS) die inheemse mijnopruimers moest opleiden. Tussen februari 1995 en 21 april 1999 heeft de Koninklijke landmacht in het kader van United Nations Office for Project services (UNOPS) twee mijnen-instructeurs ter beschikking gesteld. De voortdurende conflicten in het gebied hebben ertoe geleid dat beide instructeurs eind 1998 zijn teruggekeerd en dat Nederland haar deelname aan deze missie in april 1999 heeft beëindigd.
 

Bron: Ministerie van Defensie