Multinational Force and Observers in de SinaÔ

Nederlandse betrokkenheid: 1982-1995
Krijgsmachtdeel: marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee
Aantal militairen: 2.622

Achtergrond
De SinaÔ-woestijn was tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 door IsraŽl op de Egyptenaren veroverd. Bij de Camp David-akkoorden van 26 maart 1979 kwam IsraŽl met Egypte overeen zich onder toezicht van de VN uit de SinaÔ te zullen terugtrekken. De Sovjet Unie wilde echter niet instemmen met een nieuwe VN-vredesmacht waarop naar een andere oplossing moest worden gezocht. Als voorwaarde werd gesteld dat IsraŽl zijn legers uit de SinaÔ terugtrok. Daartoe verdeelden Egypte en IsraŽl de SinaÔ in vier noord-zuid zones en tekenden op 17 juli 1981 een akkoord waarin ze instemden met de oprichting van de Multinational Force and Observers (MFO). De MFO, met aan het hoofd een directeur-generaal in Rome, kreeg dus geen VN-mandaat maar was gestoeld op een overeenkomst tussen Egypte en IsraŽl. Een groot aantal staten heeft burger- en militair personeel geleverd aan de MFO. Afgezien van Nederland ging het om AustraliŽ, Canada, Colombia, Fiji, Frankrijk, Hongarije, ItaliŽ, Nieuw Zeeland,Noorwegen, Uruguay, de Verenigde Staten, Egypte en IsraŽl.

Nederlandse deelname
De Nederlandse regering stelde op 22 november 1981 een MFO-detachement samen van 21 marechaussees en een 84 personen tellende verbindingscompagnie. Al in maart 1981 waren 26 kwartiermakers al naar de regio vertrokken. De verbindingscompagnie, de Force Signal Unit (FSU), was samengesteld uit personeel van de drie krijgsmachtdelen. Het was de taak van deze compagnie om de in- en externe verbindingen van de MFO te onderhouden. De zone waarin de MFO actief was, was verdeeld in zes sectoren met in elke sector een aantal controlepunten, observatieposten en een Sector Control Center (SCC). In deze SCCīs was het Nederlandse verbindingspersoneel werkzaam, in elke SCC drie man.

De 21 uitgezonden marechaussees werden ingedeeld bij de Force Military Police (FMPU), bestaande uit militaire politie, recherche en de provost marshall. Het Nederlandse detachement had de grootste omvang binnen de FMPU, die verantwoordelijk was voor de politietaken op de locaties. Tevens was het de FMPU die de contacten moest onderhouden met de lokale politiefunctionarissen. Aan het hoofd stond een Nederlandse force military police advisor die tevens de functie van provost marshall bekleedde. Het takenpakket werd langzamerhand uitgebreid met grensbewaking en het aantal uitgezonden marechaussees nam daarmee eveneens toe, tot 36 marechaussees in 1989.

Nederlandse militairen vervulden ook een aantal functies op het MFO-hoofdkwartier te El Gorah, alwaar tevens de Nederlandse contingentscommandant werkzaam was. Na maart 1990 werd het commando gecombineerd met de functie van force signal advisor of die van provost marshall. In 1991 werd aan Nederland gevraagd de nieuwe force commander te leveren. Van april 1991 tot april 1994 was dat luitenant-generaal J.W.C. van Ginkel. Het aantal Nederlandse MFO-ers werd het laatste jaar geleidelijk afgebouwd. In mei 1995 keerden de laatste 28 militairen terug naar Nederland. Er viel ťťn Nederlands slachtoffer.
 

Bron: Ministerie van Defensie