United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea

Nederlandse betrokkenheid: 2000-heden
Krijgsmachtdeel: marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee

Achtergrond
Van 1993-mei 1998 leefden Eritrea en EthiopiŽ in harmonie met elkaar. Toen de relatie in de loop van deze periode echter verslechterde, brak een conflict uit over de begrenzing van de regio Badme, een nauwelijks bevolkte streek.

Er bestaat tevens onduidelijkheid over de grenzen bij Zalambessa en Bure. EthiopiŽ beroept zich op de grens zoals die eind jaren '80 werd vastgesteld. Eritrea daarentegen wil terug naar de koloniale grens zoals die werd vastgelegd in een verdrag uit 1902 tussen ItaliŽ, EthiopiŽ en Engeland. Tijdens het conflict braken bloedige gevechten. Op 18 juni 2000 kwamen beide landen in Algiers een wapenstilstand overeen die onder meer voorzag in de aanwezigheid van een VN-vredesmacht. Hiertoe aanvaardde de Veiligheidsraad van de VN op 15 september 2000 unaniem Resolutie 1320. UNMEE, United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea, is een "monitoring mission", waarbij door de fysieke aanwezigheid van blauwhelmen op de grond een gunstig klimaat wordt geschapen voor het verdere vredesproces. Op 12 december 2000 tenslotte tekenden EthiopiŽ en Eritrea een vredesakkoord.

Nederlandse deelname
De totale Nederlandse bijdrage bestaat momenteel nog uit drie militairen: twee KL-experts op het gebied van de explosievenruiming en ťťn luitenant-kolonel (KL) in Addis Abeba. In de beginperiode van UNMEE bestond de Nederlandse deelname uit ongeveer 1.250 militairen van de hele krijgsmachtdelen (marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee). De kern vormde een bataljon van het Korps Mariniers. Daarnaast had ons land ondermeer vier Chinook-helikopters van de luchtmacht in het gebied die zorgden voor luchttransport. De landmacht leverde met name een belangrijke bijdrage in de eerste maanden van de uitzending door alle kampementen en andere voorzieningen te bouwen en in te richten. De landmachtmilitairen die dit werk deden, keerden eind januari 2001 terug naar Nederland.

Op 11 juni 2001 droeg ons land haar taken over aan een bataljon uit India. Op 14 juni 2001 keerden de eerste militairen terug naar Nederland. Op 15 Juli 2001 arriveerde het amfibisch transportschip Hr.Ms. Rotterdam ten slotte in Den Helder. De terugkeer van dit schip met materiaal en uitrusting vormde de afsluiting van de initiŽle deelname aan UNMEE.

Generaal-majoor der mariniers Patrick Cammaert droeg op 31 oktober 2002 in Asmara zijn taak als force-commander over aan de Britse generaal-majoor R. Gordon. De twee Nederlandse īdeminersī (mijninstructeurs) blijven hierna nog ruim een maand hun werkzaamheden vervullen.
 

Bron: Ministerie van Defensie