Kosovo Verification Mission - Kosovo Extraction Force
Operation Allied Force - Operation Allied Harbour - Kosovo Force


Nederlandse betrokkenheid: 1998-heden
Krijgsmachtdeel: marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee

Achtergrond
Bij de oprichting van de socialistische staat JoegoslaviŽ in 1945 werd een federatie tot stand gebracht van de republieken KroatiŽ, Montenegro, ServiŽ, SloveniŽ, BosniŽ-Herzegowina en MacedoniŽ. Binnen de republiek ServiŽ kregen de provincies Kosovo en Vojvodina een autonome status. Deze status vindt zijn oorsprong in het feit dat de bevolking van Kosovo voor het overgrote deel bestaat uit etnische Albanezen. In 1989 ontnam de toenmalige president van ServiŽ, Slobodan Milosovic, de provincie zijn autonome status. Het gevolg was dat in Kosovo een soort apartheidspolitiek werd gevoerd, waarbij het Servische bewind de Albanese bevolking met behulp van een groot politie- en militairapparaat onderdrukte. De grove schending van de mensenrechten en het verzet van de bevolking had in het tweede deel van de jaren negentig tot gevolg dat de noodzaak ontstond dat de internationale gemeenschap zich bezig ging houden met de situatie in Kosovo.

In de zomer van 1998 organiseerde de NAVO verschillende oefeningen in de regio die bedoeld waren om duidelijk te maken dat het de internationale gemeenschap ernst was. In oktober 1998 dreigde de situatie te escaleren. Op het laatste moment stemde de regering in Belgrado in met het, onder auspiciŽn van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) stationeren van waarnemers in Kosovo. Dit gebeurde pas nadat de NAVO extra eenheden in het gebied had gestationeerd, zo werden extra F-16ís van de Koninklijke Luchtmacht naar ItaliŽ gestuurd.

Naast de uitzending van waarnemers in het kader van de Kosovo Verification Mission, voerden vliegtuigen van de NAVO verkenningen uit boven de provincie. Met het oog op de veiligheid van de OVSE-waarnemers, stationeerde de NAVO een extractiemacht in MacedoniŽ om de waarnemers in geval van nood te kunnen evacueren. Ook hieraan nam ons land deel met eenheden van de landmacht en luchtmacht. Nadat op diplomatiek vlak een oplossing onmogelijk bleek en de Joegoslavische regering weigerde mee te werken aan een definitief akkoord, zag de NAVO zich genoodzaakt om eind maart 1999 met militaire middelen in te grijpen. Deze operatie, waaraan F-16ís en KDC-10ís van de luchtmacht meededen, werd operatie Allied Force genoemd. De Servische gewelddadigheden namen tijdens het conflict drastisch toe. Naast gewelddadig optreden van de Servische politie en leger, werden duizenden Albanese vluchtelingen verdreven naar MacedoniŽ en AlbaniŽ. Onder de noemer operatie Allied Harbour werd door de NAVO-landen een humanitaire operatie gestart voor de opvang en verzorging van de vluchtelingen. Ons land nam met eenheden van verschillende krijgsmachtdelen deel aan deze operatie. Operatie ďAllied ForceĒ werd in juni 1999 afgerond met een akkoord met de regering in Belgrado. Sindsdien zorgt de Kosovo Force (KFOR), een internationale vredesmacht, voor de handhaving van het staakt-het-vuren en de veilige terugkeer van de vluchtelingen. Na de terugkeer hiervan, kwam in juli 1999 ook operatie Allied Harbour tot een einde.

Nederlandse bijdrage
Alle Nederlandse krijgsmachtdelen zijn betrokken geweest bij de inzet in en rond Kosovo sinds 1998. Op dit moment levert Nederland geen operationele eenheden. Wel worden Nederlandse militairen van verschillende krijgsmachtdelen die normaal geplaatst zijn bij NAVO-hoofdkwartieren periodiek uitgezonden naar het KFOR-hoofdkwartier in Pristina.
 

Bron: Ministerie van Defensie