Operatie Essential Harvest

Nederlandse betrokkenheid: augustus-september 2001
Krijgsmachtdeel: landmacht, marechaussee

Achtergrond
MacedoniŽ kent twee omvangrijke bevolkingsgroepen, slavische MacedoniŽrs en etnische Albanezen, daarnaast zijn er kleinere minderheden van onder meer Roma en Turkse afkomst. Het percentage etnische Albanezen onder de bevolking is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. De slavische MacedoniŽrs bezetten traditioneel de sleutelposities in de samenleving. De achterstandspositie van het etnisch-Albanese deel van de bevolking en de zwakke economie hebben eerder tot spanningen geleid. Een belangrijke test doorstond MacedoniŽ gedurende de Kosovo-crisis van 1999, toen de Macedonische bevolking van circa twee miljoen inwoners in enkele maanden tijd een stroom van ruim 360.000 etnisch-Albanese vluchtelingen uit Kosovo moest opvangen. De komst van deze vluchtelingen leidde tot etnische spanningen. Deze confrontaties zijn vanaf februari 2001 in hevigheid toegenomen. De reactie van de Macedonische regering was aanvankelijk, mede op aandringen van de internationale gemeenschap, terughoudend. Van regeringszijde werd tegen het UCK-M, het reguliere leger ingezet, dat onder meer was versterkt met gevechtshelikopters en gevechtsvliegtuigen uit OekraÔne. Daarbij is dikwijls grote schade toegebracht aan (grotendeels verlaten) dorpskernen in het noorden van MacedoniŽ. Op 13 augustus 2001 hebben de slavisch-Macedonische en etnisch-Albanese politieke leiders in aanwezigheid van de internationale bemiddelaars een politiek akkoord ondertekend. Sinds 6 juli 2001 is officieel een staakt-het-vuren van kracht, een belangrijke voorwaarde voor het kunnen beginnen van operatie 'Essential Harvest'.

NAVO-operatie 'Essential Harvest' had tot doel het vredesproces tussen etnische Albanezen en de regering van MacedoniŽ te ondersteunen. Dit gebeurde door het innemen van vrijwillig in te leveren wapens van de Albanese vrijheidstrijders gedurende een periode van 30 dagen. Het innemen van deze wapens was opgedragen aan een speciaal daarvoor samengestelde NAVO-troepenmacht ter grootte van een versterkte brigade (ca. 4.500 militairen), de "Task Force Harvest". Doelstelling was het inzamelen van 3.300 wapens, in totaal werden echter 3.875 wapens ingezameld, meer dus dan tevoren gepland. Op 2 oktober 2001 keerden de militairen die hebben deelgenomen aan īEssential harvestī terug naar Nederland.

Nederlandse bijdrage
De Nederlandse bijdrage aan 'Essential Harvest' bestond uit een versterkte compagnie van 250 militairen, grotendeels afkomstig van de 11e Luchtmobiele Brigade uit Schaarsbergen maar ook van het Korps Commandotroepen, de Explosieven Opruimingsdienst, de Koninklijke Marechausssee en enkele andere onderdelen. Het Britse brigadehoofdkwartier in Skopje was verantwoordelijk voor de feitelijke militaire uitvoering van de operatie. Het had de leiding over de diverse bataljons en ondersteunende compagnieŽn Ė waaronder het Britse bataljon met de Nederlandse compagnie - en rapporteerde aan het hoofdkwartier van de Task Force. De NAVO had voor de operationele uitvoering van 'Essential Harvest' dertig dagen uitgetrokken. De deelnemende Nederlandse militairen vertrokken 26 augustus 2001 vanaf de vliegbasis Eindhoven naar Skopje. Het materieel, o.a. Patria gepantserde wielvoertuigen, was al eerder per schip vanuit Vlissingen vertrokken. De operatie werd 26 september 2001 afgerond. Een dag later besloot de NAVO tot een vervolgmissie, genoemd operatie 'Amber Fox'. Deze is vooral gericht op de bescherming van internationale waarnemers in MacedoniŽ en omvat ongeveer 700-1.000 militairen. Nederland draagt niet bij aan deze operatie met reguliere troepen. Wel zullen een klein aantal waarnemers worden uitgezonden.
 

Bron: Ministerie van Defensie