United Nations Transition Assistance Group

Nederlandse betrokkenheid: 1989-1990
Krijgsmachtdeel: Marechaussee
Totale aantal betrokken militairen: 89

Achtergrond
In 1920 verleende de Volkenbond Zuid-Afrika het mandaat over de voormalige Duitse kolonie Zuid-West Afrika. Zuid-Afrika probeerde daarna hardnekkig Zuid-West Afrika als provincie in te lijven. Vanaf 1945 verzetten de VN zich hiertegen. De Algemene Vergadering ontnam Zuid-Afrika daarom in 1966 het mandaat over NamibiŽ, zoals Zuid-West Afrika inmiddels werd genoemd. Intussen verzette de bevrijdingsbeweging in dit gebied, de South West Africa People's Organization (SWAPO), zich met geweld tegen de voortdurende Zuid-Afrikaanse annexatiepogingen.De strijd tussen Zuid-Afrika en SWAPO laaide in de eerste helft van de jaren tachtig in alle hevigheid op, temeer daar NamibiŽ meegetrokken werd in de strijd tussen de grote mogendheden om invloed in zuidelijk Afrika. Zo gingen Cubaanse troepen in Angola steun verlenen aan SWAPO, die in dit land al beschikte over trainingskampen en uitvalbases.

Op 2 december 1988 sloten Zuid-Afrika, Angola en Cuba een akkoord. De Veiligheidsraad nam daartoe op 16 januari 1989 resolutie 629 aan, die UNTAG groen licht gaf om per 1 april 1989 daadwerkelijk van start te gaan met de implementatie van resolutie 435. UNTAG kreeg twaalf maanden om NamibiŽ op de weg maar vrije verkiezingen en onafhankelijkheid te begeleiden.

Nederlandse bijdrage
De Nederlandse regering had zich in 1978 al bereid getoond militair personeel te leveren voor UNTAG, namelijk een geneeskundig compagnie met een aanvullingsdetachement voor verzorgende taken. Toen de VN peilden of Nederland ditmaal geen geneeskundig eenheid, maar een politie-eenheid voor de duur van een jaar beschikbaar wilde stellen, betekende dat echter dat de Nederlandse regering in oktober 1988 noodgedwongen een beroep moest doen op de Koninklijke Marechaussee (KMAR).

De hoofdmacht van het detachement arriveerde op 15 april 1989 in Windhoek. Een deel van deze marechaussees werd voor zes en een deel voor acht maanden uitgezonden. Ruim 1.000 CIVPOL- agenten werden tussen 7 en 11 november vrijgemaakt om, tezamen met meer dan 1.700 andere internationale waarnemers, toezicht te houden op de verkiezingen. Het aantal Nederlandse marechaussees schommelde tussen juli 1989 en maart 1990 rond de 58. Het merendeel van de Nederlanders keerde rond de soevereiniteitsoverdracht van 21 maart 1990 terug. De laatste militair arriveerde op 11 april 1990 in Nederland.
 

Bron: Ministerie van Defensie